I. Neon Toccata

II. What If

III. Dark Ride

Duration: c. 30’

First Performance: March 10, 2018, Arthur and Lucas Jussen, piano, Radio Filharmonisch Orkest cond. Emilio Pomàrico. Commissioned by NTR ZaterdagMatinee, with financial support of the Fonds Podiumkunsten.

Program Note (in Dutch)

In Unison werd geschreven in opdracht van de NTR ZaterdagMatinee voor de gebroeders Jussen als solisten. Voor ik begon met componeren beluisterde ik hun CD’s en werd ik niet alleen getroffen door de sprankelende brille van hun spel, maar ook door het feit dat ze zo perfect samenklonken als duo. Geleidelijk ontstond zo het idee om een dubbelconcert te schrijven waarin de twee solisten niet zozeer als twee afzonderlijke solisten zouden klinken, maar als het ware als één superpianist op één superpiano, wat inhoudt dat er veel unisono passages in voorkomen (beide piano’s die precies dezelfde noten spelen). Sowieso is het unisono een element dat veel in mijn werk opduikt, misschien een erfenis van de “Nederlandse muziektraditie”. Mijn plan was om daarbij te gaan voor de klassieke opzet in drie delen (snel-langzaam-snel). Terwijl ik bezig was aan het stuk zat ik in een periode dat ik zelf veel Italiaanse baroktoccata’s doorspeelde op de piano en iets van die pianistiek is wellicht terug te horen in de pianistiek in dit stuk.

Het meest opvallend wellicht in deel I Neon Toccata, een energieke, virtuoze toccata vol grillige wendingen en opzwepende ritmes. Er zitten harmonieën in die doen denken aan een bepaald soort popmuziek dat ik associeer met neonkleuren: fel, schreeuwerig, catchy. Tegelijk laat ik die harmonieën in dit deel voortdurend verschieten op een manier zoals je die nooit in die popmuziek zult aantreffen.

Het langzame middendeel is opgezet als A-B-A vorm: de A-secties zijn langzaam, lyrisch en veelal sereen; de middensectie is beweeglijker en bouwt op naar een meer dissonante, heftige climax. Kenmerkend voor dit deel zijn de voortdurend aanwezige pulsen van repeterende noten: in de A-sectes betreft dat een heel onregelmatig soort pulseren, maar in de middensectie worden de pulsen regelmatiger. Als de A-sectie terugkeert na het climaxgeweld doet de muziek haast sacraal aan, als een gedroomd soort oude muziek. Het deel eindigt zeer etherisch, in het allerhoogste register van de piano’s.

Deel III Dark Ride is een donkere dollemansrit in een gevaarlijk hoog tempo. Het is een rauw, chromatisch en ritmisch deel dat ondanks de overwegend tonale harmonie toch vaak een scherp, dissonant randje heeft. Wie goed luistert kan nog iets van de oorspronkelijk geplande rondovorm erin horen. Er zitten krankzinnig snelle nootjes in, groteske uitbarstingen en vlak voor het slot een wilde groove passage waarin de twee piano’s met alleen pauken overblijven.